Mam?
Nog een hapje?
Nee?
Hier komt een vliegtuig...
Ook niet?
Dat werkte bij mij vroeger wel toch?
Ja...
Vind je het niet lekker?
Laat eens proeven.
Gatver
Dat zou ik ook niet eten hoor mam.
Ik zal de volgende keer wel aan Lotte vragen of ze wat eten voor je mee geeft.
Zal ik een boterham voor je maken?
Wit?
Met pindakaas?
Ik zal hem in stukjes snijden.
Het is wel rustig hier.
Je kan mooi naar buiten kijken.
De mevrouw van de kamer hiernaast is overleden.
Dus je krijgt binnenkort nieuwe buren.
Ik heb de foto's.
Van de dierentuin.
Ik zal ze laten afdrukken.
Dan hangen we ze hier aan de muur.
Kan je toch de dierentuin in.
En hoeven we niet die drukte in.
Nog een hapje?
Een vliegtuig dan?
Een olifant?
Stamp stamp stamp, doe maar open.
Lekker hé, pindakaas.
maandag 28 december 2009
woensdag 23 december 2009
Vlinders
Ik sla mijn armen om je heen
Kusje in je nek
Je brengt vlinders in mijn buik
Ik laat ze vrij en zie
Hoe mooi het is
Kusje in je nek
Je brengt vlinders in mijn buik
Ik laat ze vrij en zie
Hoe mooi het is
vrijdag 18 december 2009
Joris
'Weetje mam, als ik zo lang slaap dan kan ik vliegen' Ik keek naar hem. Zijn huid was bijna net zo wit als de lakens van zijn bed.
Zijn muur hing vol met vrolijk gekleurde kaarten.
Ze zijn altijd kaarten blijven sturen, ook tijdens de grote vakantie.
Zelfs toen zij al over gingen naar groep zes en hij hier bleef.
Ze waren er ook allemaal.
Ze hebben allemaal een witte veer neergelegd.
Met een briefje.
Omdat hij zo graag wilde vliegen.
Lize hield mijn hand vast toen ze alle slangetjes los maakte.
'Fijn he mam, dat Joris nu los is, nu kan hij echt vliegen.'
woensdag 9 december 2009
Voor in het donker als het nacht is
Ssst. Doe maar stil.
Doe maar zachtjes
Luister naar de geluiden van buiten.
Het tikken van de klok.
Als je heel stil bent kun je zelfs het lontje van de kaars horen branden.
Hoor je?
Alleen de wereld en wij tweetjes.
Hoor je dat?
De buurvrouw met haar rode hakken over haar houten vloer.
Waarschijnlijk is ze uit geweest.
Het theater of de film.
Uit eten misschien.
Je bent lief.
De wereld zal lief voor je zijn.
Hoor maar.
Al die geluiden.
Muziek van buiten.
Van de wereld.
Voor ons tweetjes.
Doe maar zachtjes
Luister naar de geluiden van buiten.
Het tikken van de klok.
Als je heel stil bent kun je zelfs het lontje van de kaars horen branden.
Hoor je?
Alleen de wereld en wij tweetjes.
Hoor je dat?
De buurvrouw met haar rode hakken over haar houten vloer.
Waarschijnlijk is ze uit geweest.
Het theater of de film.
Uit eten misschien.
Je bent lief.
De wereld zal lief voor je zijn.
Hoor maar.
Al die geluiden.
Muziek van buiten.
Van de wereld.
Voor ons tweetjes.
maandag 9 november 2009
Lotte
Ik heb het lijk gekust
Ik heb haar wang gestreeld
Ik heb haar witte jurk gestreken
Ik heb haar blonde haren samen gevlochten
Ik heb haar koffie en haar cake besteld
Ik heb haar nog ik hou van je gezegd
Ik heb haar ogen gesloten terwijl de glans verloren was
Ik heb hartstochtelijk gehuild
Gedag gezegd en
Nooit afscheid genomen
Ik heb haar wang gestreeld
Ik heb haar witte jurk gestreken
Ik heb haar blonde haren samen gevlochten
Ik heb haar koffie en haar cake besteld
Ik heb haar nog ik hou van je gezegd
Ik heb haar ogen gesloten terwijl de glans verloren was
Ik heb hartstochtelijk gehuild
Gedag gezegd en
Nooit afscheid genomen
woensdag 28 oktober 2009

Een vrouw, Elise, zit op een bankje in een park. Ze is zwanger. Met de rug van haar ene hand veegt ze een traan weg. Haar andere hand ligt op haar buik.
Elise:
Sorry hoor, ik zou gewoon blij moeten zijn.
En ik vind het ook wel leuk.
En ik houd natuurlijk niet meer of minder van je.
Geloof ik…
Ik houd nog net zo veel van je en ben nog net zo benieuwd naar je.
Ik blijf je moeder en ik zal echt van je houden.
Ik ben alleen zo bang dat ik het niet kan.
Vijfenvijftig procent van alle kinderen zoals jij wordt geboren met een hartafwijking.
Soms zul je niet zelf kunnen praten en nooit zelf naar de wc kunnen.
Soms word je geestelijk maar een jaar of zes…
Dan moet ik altijd voor je blijven zorgen.
Met liefde hoor.
Echt.
Soms valt het ook wel mee.
Zijn ze wel goed.
Kunnen ze zelfs naar een gewone school.
Misschien zelfs het vmbo!
(ze huilt weer)
Ik zal wel van je houden.
En ik zal wel voor je zorgen.
Ik hoop alleen zo dat ik het kan.
Elise:
Sorry hoor, ik zou gewoon blij moeten zijn.
En ik vind het ook wel leuk.
En ik houd natuurlijk niet meer of minder van je.
Geloof ik…
Ik houd nog net zo veel van je en ben nog net zo benieuwd naar je.
Ik blijf je moeder en ik zal echt van je houden.
Ik ben alleen zo bang dat ik het niet kan.
Vijfenvijftig procent van alle kinderen zoals jij wordt geboren met een hartafwijking.
Soms zul je niet zelf kunnen praten en nooit zelf naar de wc kunnen.
Soms word je geestelijk maar een jaar of zes…
Dan moet ik altijd voor je blijven zorgen.
Met liefde hoor.
Echt.
Soms valt het ook wel mee.
Zijn ze wel goed.
Kunnen ze zelfs naar een gewone school.
Misschien zelfs het vmbo!
(ze huilt weer)
Ik zal wel van je houden.
En ik zal wel voor je zorgen.
Ik hoop alleen zo dat ik het kan.
maandag 5 oktober 2009
Voor het avondeten
Snijd de biefstuk dwars op de draad in plakjes.
Meng in een kom de ketchup met knoflook.
Doe er kerriepoeder en olie bij.
Schep de biefstuk er door heen en marineer.
Was de pompoen en snijd hem in parten.
Verwijder de pitten en de draden.
Verhit de rest van de olijfolie.
Frituur de parten pompoen gaar en lichtbruin.
Met wat sla erbij is het best lekker.
En zult u vast heel heerlijk gaan genieten.
Maar daarom is dit niet opgeschreven.
Dan kunt u beter een recept gaan lezen.
Want ik heb hier heel wat weggelaten.
Om de lettergrepen te beperken.
Meng in een kom de ketchup met knoflook.
Doe er kerriepoeder en olie bij.
Schep de biefstuk er door heen en marineer.
Was de pompoen en snijd hem in parten.
Verwijder de pitten en de draden.
Verhit de rest van de olijfolie.
Frituur de parten pompoen gaar en lichtbruin.
Met wat sla erbij is het best lekker.
En zult u vast heel heerlijk gaan genieten.
Maar daarom is dit niet opgeschreven.
Dan kunt u beter een recept gaan lezen.
Want ik heb hier heel wat weggelaten.
Om de lettergrepen te beperken.
donderdag 24 september 2009
donderdag 17 september 2009
Monoloog naar interview
Het leven is net als voetbal. Dat klinkt misschien wat raar uit mijn mond. Men verwacht van een vrouw niet dat ze het leven met voetbal vergelijkt. Zeker niet van een vrouw zoals ik. Toch is het zo, het leven is net als voetbal. Momenten van grote glorie, momenten van slecht spel. Ik ken ze allebei, momenten van grote glorie. Groot glorieus geluk. Musiceren met vrienden, een strijkkwartet. Rust vinden achter mijn vleugel. Of schrijven, schrijven en dan merken dat het lukt, dat het aanslaat, dat het werkt. Ik heb nooit schrijfster willen worden, dat is zo gegroeid. Tegenwoordig ben ik niet meer zenuwachtig voor een avond voorlezen, dat is ook zo gegroeid. Net als voetbal, flink oefenen. Hoe harder je traint, hoe meer je oefent, hoe vaker de momenten van grote glorie.
Ik ken ze allebei, ook de momenten van slecht spel. De momenten dat het allemaal alleen maar slecht spel is. Overtredingen van regels, te hard, te extreem, te heftig, te gevaarlijk. Slecht spel, soms is het slechts slecht spel.
Maar goed, daar kun je dan natuurlijk wel weer over schrijven. En dan komen er toch nog momenten van grote glorie.
Als je er over kunt schrijven natuurlijk.
Als het slechte spel geen te slecht spel is.
Dan zou het grote glorie kunnen worden.
Ik ken ze allebei, ook de momenten van slecht spel. De momenten dat het allemaal alleen maar slecht spel is. Overtredingen van regels, te hard, te extreem, te heftig, te gevaarlijk. Slecht spel, soms is het slechts slecht spel.
Maar goed, daar kun je dan natuurlijk wel weer over schrijven. En dan komen er toch nog momenten van grote glorie.
Als je er over kunt schrijven natuurlijk.
Als het slechte spel geen te slecht spel is.
Dan zou het grote glorie kunnen worden.
Donderdag middag
Ik zit op een koude traptrede van een trap voor een standbeeld in het centrum van Utrecht. Ik heb een zakje paprika chips in mijn hand en staar voor mij uit. Op eens hoor ik iemand zingen. Een la-la-la, meer niet. Ik kijk in de richting van het geluid, naar links, en zie een kind in een fietszitje achter op de fiets van een vrouw. Ze zit met een glimlach van oor tot oor hard la-la-la te zingen. De vrouw nadert een fietsenrek aan de linkerkant van het pleintje waar het standbeeld op staat en remt af. Ze stapt van haar fiets af en buigt zich naar het meisje. Het meisje blijft la-la-la zingen terwijl de vrouw haar onder haar armen pakt en uit het fietszitje tilt. De vrouw zet het meisje op straat en zet haar fiets in de standaard terwijl het meisje nog lachend la-la-la blijft zingen en mijn kant op komt lopen. Ik ruik mijn paprika chips, kijk naar het zakje in mijn hand en zie mijn inmiddels oranje vingertoppen. Ik kijk weer naar het zingende meisje en zie dat haar shirtje dezelfde kleur oranje heeft. Ik glimlach en sta op om verder de stad in te lopen.
Monoloog voor de koningin
Mijn bril... Het moet dit jaar met bril.
Amalia, heb jij oma's bril gezien? Zonder bril kunnen wij het niet meer, lezen wij straks een hele verkeerde zin.
Soms zou het wel fijn zijn als het niet meer hoefde. Onthoud dat Amalia, koningin zijn is niet alles. Maar het is ook wel leuk hoor, het is echt wel leuk. Ik vind het nog wel leuk. Echt.
De mensen vragen waarom ik het niet gewoon overgeef. Ze zeggen dat jouw vader de enige Nederlander is die pas op pensioen gerechtigde leeftijd aan het werk gaat. Alsof ik, wij, het hem niet gunnen. Het zou wel fijn zijn hoor, de kans op een aanslag wordt dan een stuk kleiner. Je hoeft niet meer achter dingen te staan waar je niet achter staat...
Maar ze maken ook geen Koefnoen meer over je. Kleine meisjes zoals jij willen niet langer meer op mij lijken want ze kennen mij niet meer...
Mijn bril... Nee, Onze bril, waar is onze bril...
Amalia, heb jij oma's bril gezien? Zonder bril kunnen wij het niet meer, lezen wij straks een hele verkeerde zin.
Soms zou het wel fijn zijn als het niet meer hoefde. Onthoud dat Amalia, koningin zijn is niet alles. Maar het is ook wel leuk hoor, het is echt wel leuk. Ik vind het nog wel leuk. Echt.
De mensen vragen waarom ik het niet gewoon overgeef. Ze zeggen dat jouw vader de enige Nederlander is die pas op pensioen gerechtigde leeftijd aan het werk gaat. Alsof ik, wij, het hem niet gunnen. Het zou wel fijn zijn hoor, de kans op een aanslag wordt dan een stuk kleiner. Je hoeft niet meer achter dingen te staan waar je niet achter staat...
Maar ze maken ook geen Koefnoen meer over je. Kleine meisjes zoals jij willen niet langer meer op mij lijken want ze kennen mij niet meer...
Mijn bril... Nee, Onze bril, waar is onze bril...
maandag 15 juni 2009
Druppels vol niks
Ik kijk naar mijn dakraam en zie dat het droog is.Alle druppels van even terug zijn weg.
Mijn moeder zou het zonde vinden als ze wist dat ik nu binnen zat.
Mijn vader zou zeggen dat de hond er nog uit moet.
Mijn zusje zou waarschijnlijk niks zeggen, afhankelijk van haar bui.
Ik zou zeggen dat ik het niet wist.
Ik weet het ook niet.
Misschien heb ik al genoeg genikst en is deze dag de laatste.
Naar buiten moet ik.
Lopen met de hond.
Hopen dat mijn hoofd leeg kan.
Leeg.
Helemaal niks.
Of in elk geval niet dat wat er nu in zit.
Ik kijk naar mijn dakraam en zie nieuwe druppels.
Het geeft niet.
Dan maar nat en leeg.
woensdag 10 juni 2009
Ietsje meer
Mag het ietsje meer zijn?
Dat vroeg hij, hij vroeg gewoon, doodleuk, of het ietsje meer mocht zijn.
Nee! Natuurlijk mag het niet ietsje meer zijn.
Ik heb zo'n gruwelijke hekel aan díe vraag.
Daar is het allemaal mee begonnen, toen ze dat vroegen. Maar toen schamper, sarcastisch, pijnlijk...
Ik besloot dat het nooit meer ietsje meer werd, dat het ietsje minder moest. Of ietsje, gewoon heel veel minder. Zo kan het niet langer, ik ben lelijk, lelijk en veel te dik. Ik stop er mee, ik doe het niet meer. Nooit meer ietsje meer.
Nou, dat hou je dan zo'n drie jaar vol, dan komt het ziekenhuis en dan de therapie. En dan, als je denkt dat je er weer bovenop bent, is ie daar, die vraag.
Mag het ietsje meer zijn?
Nee! Verdomme, nee!
Ik keek de man aan, kwaad, boos, verdrietig, kapot en opeens heel erg moe.
Ik liet mijn schouders zakken, draaide me om en ben de winkel uitgelopen zonder iets te zeggen.
Ik wil nooit, nooit meer ietsje meer zijn.
Dat vroeg hij, hij vroeg gewoon, doodleuk, of het ietsje meer mocht zijn.
Nee! Natuurlijk mag het niet ietsje meer zijn.
Ik heb zo'n gruwelijke hekel aan díe vraag.
Daar is het allemaal mee begonnen, toen ze dat vroegen. Maar toen schamper, sarcastisch, pijnlijk...
Ik besloot dat het nooit meer ietsje meer werd, dat het ietsje minder moest. Of ietsje, gewoon heel veel minder. Zo kan het niet langer, ik ben lelijk, lelijk en veel te dik. Ik stop er mee, ik doe het niet meer. Nooit meer ietsje meer.
Nou, dat hou je dan zo'n drie jaar vol, dan komt het ziekenhuis en dan de therapie. En dan, als je denkt dat je er weer bovenop bent, is ie daar, die vraag.
Mag het ietsje meer zijn?
Nee! Verdomme, nee!
Ik keek de man aan, kwaad, boos, verdrietig, kapot en opeens heel erg moe.
Ik liet mijn schouders zakken, draaide me om en ben de winkel uitgelopen zonder iets te zeggen.
Ik wil nooit, nooit meer ietsje meer zijn.
maandag 27 april 2009
Monoloog
Liefste,
Ik zou je bij me willen houden
Mijn armen om jou heen
Ik zou je vast willen houden
Je tegen me aandrukken en nooit weer los
Ik zou je willen beschermen
Tegen de wereld
Tegen de rest
Tegen alles maar vooral tegen jezelf
Ik zou je vermoeidheid weg willen knuffelen
Zachtjes door je haren willen strijken
Je weer laten zien hoe mooi je bent
En je dan gelukkig maken
Ik zou willen dat ik kon maken
Wat je zelf kapot gemaakt hebt.
vrijdag 24 april 2009
Vlieger
Ik wil leven
Leven als een vlieger
Met mijn strikjes in de wind
Leven als een vlieger
Met het geluk van een klein kind
Rijzend naar de zon
Genietend van wat ik zie
Af en toe een luchtballon
En een wolkje of drie
Ik wil leven als een vlieger
Zwevend op de mooie lucht
Leven als een vlieger
Die voor elke storm vlucht
Vrolijk en licht zo wil ik leven
Genietend van de zon
Leven als een vlieger
Ik zou willen dat het kon
donderdag 23 april 2009
Over Liefde
Over toen jij hier was
Zachtjes
Met je vingers
Krullen draaien in mijn haar
Over toen je bij me was
Ik zachtjes
Met mijn hoofd
Slapend op jouw buik
Over dat ik je mis
Alleen
Zonder jou
Zonder krullen in mijn haar
Over dat mijn kussen
Alleen in de nacht
Minder fijn is
Dan slapen op jouw buik
Over dat ik dat wat ik altijd al
Echt zeggen wil
Via een gedicht doe
Zachtjes
Met je vingers
Krullen draaien in mijn haar
Over toen je bij me was
Ik zachtjes
Met mijn hoofd
Slapend op jouw buik
Over dat ik je mis
Alleen
Zonder jou
Zonder krullen in mijn haar
Over dat mijn kussen
Alleen in de nacht
Minder fijn is
Dan slapen op jouw buik
Over dat ik dat wat ik altijd al
Echt zeggen wil
Via een gedicht doe
Ik hou van je
Lucas
Een monoloog van en over Lucas.
Lucas is 12, houd van buitenspelen, spinnen, kevertjes en lego. Hij houd er niet van om naar school te gaan en hij vind ruzie vreselijk.
Lucas zit onder de tafel met zijn lego en poes Siep. Mama zit aan de tafel. Lucas bouwt een kasteel.
Mooi he Siep? Kijk, hier mogen de kevers wonen en daar de spin. En daar, in die grote kamer, daar woon ik. Jij mag er ook bij hoor! En mama en papa, maar niet die van school. Die mogen niet. Die doen alleen maar stom. Die zeggen dat lego stom is en dat je niet met pissebedden kunt praten. Maar dat kan wel hoor Siep! Echt! Ze zeggen ook dat ik raar ben, dat ik ziek ben omdat ik autisme ben. Weetje, ik had Tim die naast me zit verteld van mijn geheim. Van juf. Ik had tegen Tim gezegd dat hij dat niet tegen iemand mocht zeggen. Tim heeft het toch gedaan. Hij heeft dat tegen iedereen gezegd. En toen, toen zeiden ze dat juf toch niet verliefd op mij werd omdat ik autisme ben. En toen werd ik boos en toen heb ik Tim geschopt. Toen moest ik naar juf. Maar ik kon niks zeggen want het is geheim.
Niet tegen mama zeggen hoor Siep. Dan wordt ze verdrietig. Mama zegt dat het niet erg is dat ik autisme ben. Mama zegt dat iedereen anders is en dat dat niet geeft. Dat zegt juf ook. Juf is lief. Juf mag ook in het kasteel wonen.
Een beetje van de wereld
"Wat ik schreeuw lijkt niet slecht, maar wat ik schrijf ben ik echt."
Deze zin komt uit het lied "Schoolplein" van Acda en de Munnik. Zelden heb ik een tekst gevonden die zo op mij van toepassing was als deze. De zin die volgt gaat; "En zo kan ik een beetje van de wereld aan." Dat is precies wat ik doe. Een beetje van de wereld aan kunnen via mijn teksten. Mezelf uiten, de wereld beter proberen te begrijpen, humor of verdriet te delen, het kan allemaal via tekst. Ik schrijf van alles, dialogen, monologen, korte verhaaltjes, column dingentjes, gedichten en dat wat ik verder nog kwijt wil. Een beetje van mijn wereld dus. En vanaf nu dan ook hier. Welkom op een beetje van mijn wereld!
Abonneren op:
Posts (Atom)