zaterdag 20 maart 2010

Lente droom


Ik loop met de hond over de dijk.
Lachend schop ik tegen de tennisbal.
De lentezon is eindelijk gekomen.
Dapper verwarmt ze mijn blote armen.
Eigenlijk is het nog wat koud, maar ik ren met de hond mee dus het geeft niet.

Ik denk aan hoe het zou zijn als jij hier was.
Aan hoe we zouden praten terwijl ik af en toe een schop tegen de bal zou geven.
Aan hoe je je zou verwonderen over de rust en de landelijkheid.
Aan hoe je zou proberen een pluk haar uit je gezicht te blazen.
Je zou het hier vast fijn vinden.

Ik hoor een plons en stop met dromen.
De hond is in de sloot gesprongen.
Ik haal mijn schouders op en glimlach.
'Dan gaan we zo maar achterom he' zeg ik tegen je.
De hond kijkt me aan en ik besef dat je voorlopig alleen nog in mijn hoofd zit.

maandag 8 maart 2010

Kiezen


Ik zit in de trein naar huis. In mijn tas zitten twee boeken, Red ons Maria Montanelli van Herman Koch en een boek over lesgeven in creatief schrijven. Voorzichtig pak ik het boek over lesgeven in creatief schrijven en hou het even in mijn handen. Ik leg het op mijn schoot en staar naar de kaft. Mijn beeld vertroebelt, ik krijg een brok in mijn keel en voel tranen prikken. Snel stop ik het boek terug in mijn tas. Ik wil niet huilen in de trein.

In de supermarkt kom ik een meisje tegen dat bij mij op de basisschool zat. 'Hoe is het op je studie?' vraagt ze. 'Leuk' antwoord ik. Ik denk aan de boeken en voel hoe ik langzaam rood word. Ik slik. 'Wel ver reizen zeker?' zegt ze. 'Ja, ver reizen.' zeg ik.
Op de fiets terug naar huis voel ik hoe mijn wangen nat worden van warme tranen en koude regendruppels.