Als ik uit bed stap is het eerste wat ik zie een streepje opgedroogd bloed op mijn scheenbeen. Het is het mooiste beeld wat deze ochtend mij kan geven. Het maakt me gelukkig. Er zaten gaatjes in mijn been, daar kwam bloed uit. Het bloed maakte een vlek op mijn deken en droogde op in een streepje. Een donkerrood streepje op mijn linkerscheenbeen.
Het is de bevestiging. Dat ik leef. Dat er iets in mij stroomt wat eruit kan.
zaterdag 25 augustus 2012
Hamburger Bahnhof Berlijn
Juist in de ruimte zonder ziel schreeuwt je ziel keihard. Het is er te koud. Anders was het een goede plek voor een confrontatie. Of om gek te worden. Als dat niet hetzelfde is.
Voor ik hier was was ik bij een woonwagen zonder dak. Ik zat in de tuin en vroeg mij af wie er zou wonen. Een al dan niet verstrooide professor was te makkelijk. Een kunstenaar ook. Het leek mij spannender als er een topmodel zou wonen. Ik stelde me voor hoe ze haar hakken op het hoogste punt, vlak voor de steile daling, uit zou moeten trekken. Of ze zou sterke enkels moeten hebben, dan kon ze ze gewoon aanhouden.
Er was een stadspark binneshuis. Met lucht en planten die ik vaag herkende uit de tuin van Oma D. Ik zocht naar namen maar vond ruis. Een stilte die mijn hoofd deed suizen.
Davinci’s metropolis. Schetsen op bruin papier met zwarte pen. De toekomst waarin wij ons staande houden. Of dat hard proberen.
Heimwee naar thuis zodra je thuis herkent. Eerder bestaat het niet. Eerder is alles vaag. Steden branden, vliegtuigen crashen en meisjes verdrinken. Ik weet het niet meer. De kou blijft blij je tot de hoofdingang. Ik probeer mij te herinneren.
Juist in de ruimte zonder ziel schreeuwt je ziel keihard. Het is een goede plek voor confrontatie. Of om gek te worden.
Voor ik hier was was ik bij een woonwagen zonder dak. Ik zat in de tuin en vroeg mij af wie er zou wonen. Een al dan niet verstrooide professor was te makkelijk. Een kunstenaar ook. Het leek mij spannender als er een topmodel zou wonen. Ik stelde me voor hoe ze haar hakken op het hoogste punt, vlak voor de steile daling, uit zou moeten trekken. Of ze zou sterke enkels moeten hebben, dan kon ze ze gewoon aanhouden.
Er was een stadspark binneshuis. Met lucht en planten die ik vaag herkende uit de tuin van Oma D. Ik zocht naar namen maar vond ruis. Een stilte die mijn hoofd deed suizen.
Davinci’s metropolis. Schetsen op bruin papier met zwarte pen. De toekomst waarin wij ons staande houden. Of dat hard proberen.
Heimwee naar thuis zodra je thuis herkent. Eerder bestaat het niet. Eerder is alles vaag. Steden branden, vliegtuigen crashen en meisjes verdrinken. Ik weet het niet meer. De kou blijft blij je tot de hoofdingang. Ik probeer mij te herinneren.
Juist in de ruimte zonder ziel schreeuwt je ziel keihard. Het is een goede plek voor confrontatie. Of om gek te worden.
Emma
Aan het eind van dit uur vergaat de wereld.
Dat wist u nog niet.
Dat geeft niet.
Misschien is het ook niet waar.
Maar stel, stel dat aan het eind van dit uur de wereld vergaat.
Wat wilt u dan nog gedaan hebben?
Wilt u mensen gedag gezegd hebben?
Gekust?
Gezoend?
Geslagen?
Gepraat?
Geneukt?
Gegeten?
Wilt u mensen vermaakt hebben?
Verloren?
Verliefd?
Vertrouwd?
Verkozen?
Vermoord?
Stel dat we aan het eind van dit uur beginnen met tellen.
Aftellen.
Aftellen vanaf tien.
Tien.
Negen.
Acht.
En dat dan na de één de wereld vergaat.
Als dat waar is.
Wat moet u dan nog gedaan hebben?
Ik weet wat ik gedaan moet hebben.
Ik weet het al mijn hele leven.
En ik ga er nu aan beginnen.
Dat wist u nog niet.
Dat geeft niet.
Misschien is het ook niet waar.
Maar stel, stel dat aan het eind van dit uur de wereld vergaat.
Wat wilt u dan nog gedaan hebben?
Wilt u mensen gedag gezegd hebben?
Gekust?
Gezoend?
Geslagen?
Gepraat?
Geneukt?
Gegeten?
Wilt u mensen vermaakt hebben?
Verloren?
Verliefd?
Vertrouwd?
Verkozen?
Vermoord?
Stel dat we aan het eind van dit uur beginnen met tellen.
Aftellen.
Aftellen vanaf tien.
Tien.
Negen.
Acht.
En dat dan na de één de wereld vergaat.
Als dat waar is.
Wat moet u dan nog gedaan hebben?
Ik weet wat ik gedaan moet hebben.
Ik weet het al mijn hele leven.
En ik ga er nu aan beginnen.
Ongrijpbaar
Er zijn dingen die je niet vast kunt houden. Water. Water kun je niet vasthouden. Zand ook niet. Lucht niet. Sommige dingen kan je niet vangen. Het zal altijd tussen je vingers doorglippen. Licht. Licht kun je niet vangen. Je kan niet het donker oproepen door het licht te grijpen met je blote handen. Er zijn abstracte dingen. Dingen die je niet kunt zien en niet kunt vangen. Liefde. Geluk. Verdriet. Geur. Warmte. Je kan wel willen vangen maar je hebt geen idee waar je moet grijpen. Je graait wat in het niets en blijft met lege handen achter.
Ik lees de dingen die je schrijft. Ik hoor de dingen die je zegt. Ik weet de dingen die je ziet. Ik voel dat wat je voelt. Ik denk dat mijn gedachten soms de jouwe zijn.
Ik ken je als mijn fijnste spijkerbroek. Als de eerste strofe van het mooiste gedicht dat ik las. Als het recept voor dat wat ik het liefste eet. Ik ken je als het lichtknopje dat ik in het donker zonder tasten weet te vinden.
Als ik je vraag hoe ik je kan helpen weet ik dat je me vraagt het niet te doen. Als ik je vraag wat je wilt eten weet ik dat je zegt dat je niets hoeft. Als ik je vraag of het goed gaat weet ik dat je ja zult zeggen. Hooguit jawel en nooit nee.
Er zijn mensen die je niet vast kunt houden. Jij. Ik.
We kunnen elkaar wel willen vasthouden, maar we weten niet waar we beginnen met bestaan.
Ik lees de dingen die je schrijft. Ik hoor de dingen die je zegt. Ik weet de dingen die je ziet. Ik voel dat wat je voelt. Ik denk dat mijn gedachten soms de jouwe zijn.
Ik ken je als mijn fijnste spijkerbroek. Als de eerste strofe van het mooiste gedicht dat ik las. Als het recept voor dat wat ik het liefste eet. Ik ken je als het lichtknopje dat ik in het donker zonder tasten weet te vinden.
Als ik je vraag hoe ik je kan helpen weet ik dat je me vraagt het niet te doen. Als ik je vraag wat je wilt eten weet ik dat je zegt dat je niets hoeft. Als ik je vraag of het goed gaat weet ik dat je ja zult zeggen. Hooguit jawel en nooit nee.
Er zijn mensen die je niet vast kunt houden. Jij. Ik.
We kunnen elkaar wel willen vasthouden, maar we weten niet waar we beginnen met bestaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)



