maandag 20 december 2010

Bescherming

Als het aan mij lag
Als ik het voor het zeggen had
Dan maakte ik voor jou een kamer
Een mooie grote kamer
Waar je alles had
Een fijn bed
Spelletjes
Een schildersezel
Nieuwe doeken
Nieuwe verf
Een groot raam
Met uitzicht op een prachtige tuin
Huisdieren
Die zowel binnen als buiten zijn
Lekker eten
Die gele kiwi's
Die jij zo lekker vind
Die ik niet lust
In stukjes
Gesneden en geschild
Zodat je geen saphanden zult krijgen
Een kraan met limonade
En een kraan met chocolademelk
Prachtige muziek
Zachte knuffels
En elke dag een wens voor dat wat je nog wil

En elke avond zou ik langskomen
Vertellen van de dag
Zingen tot je slaapt
En elke zaterdag zou ik de wereld meenemen
In geselecteerde stukjes mee naar binnen
Dat wat goed is

Een computer kreeg je niet
Of eentje zonder internet
Een televisie mag je wel
Maar zonder journaal

Je zal even moeten wennen
Je zal even boos zijn
Dat geeft niet
Dat mag


(Foto: Marieke Odekerken www.mariekeodekerken.nl)

zondag 21 november 2010

Koud

Ik draai de kraan van de douche open. De thermostaat heb ik ingesteld op dertig graden maar mijn voeten zijn zo koud dat het toch brandt. Ik kijk naar mijn tenen en zie hoe ze langzaam rood worden. Ik denk aan hoe ik je vanmiddag voor het eerst sinds lange tijd weer sprak. Je vroeg wat ik tegenwoordig deed en ik vertelde over mijn werk. Het was even stil, je keek me aan. 'Je werkt met eten.' zei je. Ik glimlachte. Je glimlachte terug, zonder kracht. Ik schrok van je gebrek aan strijdlust maar deed mijn best om dat niet te laten merken. Je streek je haar achter je oor en ik zag een scheur in de nagel van je linker wijsvinger.

Ik voel het water op mijn rug spatten en denk aan wat er over is gebleven. In mijn hoofd maak ik een lijstje. Altijd willen weten wat er in zit, altijd kleine beetjes, altijd buikpijn, nooit in cijfers willen denken maar dat eigenlijk toch doen, nooit echt kijken, broze nagels, altijd koude handen, altijd koude voeten.

Je keek me aan. 'Gaat het ooit over?' Ik staarde naar mijn handen, onder het randje van mijn rechter duimnagel zat wat zwarte troep. Met een schuifspeldje haalde ik het weg. 'Nee' zei ik terwijl ik het speldje terug in mijn jaszak stopte. Ik durfde je niet goed aan te kijken. Je zuchtte. 'Ik zou zo graag willen dat ik je iets anders kon zeggen' zei ik. Je pakte mijn handen. Je vingers waren nog kouder dan de mijne. 'Het geeft niet' fluisterde je. Ik keek je aan en kneep zachtjes in je handen. In mijn broekzak voelde ik mijn telefoon trillen, ik wist dat ik naar huis moest. Ik liet je handen los en streek een pluk haar uit je gezicht. 'Ik zie je snel' beloofde ik. Je kuste me. Je lippen voelden koud op mijn toch al koude wang.

Ik draai de kraan dicht en stap uit de douche. Met nog druipende haren kijk ik richting de spiegel. Hij is beslagen.
(Foto: Marieke Odekerken www.mariekeodekerken.nl )

zondag 24 oktober 2010

Dakloos


Ik loop over de dijk met de hond en denk aan hoe we hier hele zomervakanties lang elke avond over het hete asfalt fietsten. Met nog natte haren van het zwemmen in de oude maas. Een bikini of een badpak, je handdoek om je heupen geslagen, je slippers achterop en met blote voeten op de trappers. De ondergaande zon in je rug. Als het een beetje waaide kwam er al wat kippenvel op je blote armen.
Of in de winter. Het was belangrijk dat je boven aan de trap naar rechts ging met je dan nog kleine sneeuwbal. Als je naar links ging moest je langer lopen en het laatste stuk, als de sneeuwbal op zijn zwaarst was, door een grindpad. Rechts kwam je, als je sneeuwbal nog net niet zo groot was dat je hem zelf niet meer kon duwen, uit bij een helling naar beneden. Je moest dan flink duwen zodat de bal vanzelf naar beneden rolde. Onder aan de dijk kwam je vanzelf anderen tegen en samen duwde je de sneeuwbal terug naar huis.

Ik denk aan hoe we in de lente naar de grote speeltuin renden en daar onze jassen over de picknicktafel gooiden omdat we ze van mama niet thuis mochten laten maar ze wel uit wilden.
Aan hoe we in de zomervakantie met drie straten 'Bussietrap' speelden. Verstoppertje met een bal. Aan hoe we riepen 'Verder van de buut af anders ben je hem nog een keer!' en aan hoe we, als iemand de bal weer had weten weg te schoppen, even juichten en ons daarna snel opnieuw gingen verstoppen.
Aan hoe ik elke dag na 'tussen de middag' samen met een vriendinnetje naar school liep. Het eerste stuk kletsen en slenteren en het laatste stuk sprinten, gillend dat we te laat zouden komen en dan echt moesten nablijven, om uiteindelijk met rode wangen en buiten adem snel achter onze tafeltjes te gaan zitten.
Aan hoe we hutten bouwden met de blauwe plastic sla kratten in de kassen van de vader van een van mijn klasgenootjes.
Aan hoe een ander klasgenootje de eerste was met een trampoline in de achtertuin en we maanden achter elkaar met de hele klas bij haar gingen spelen.

Ik denk aan toen ik naar de brugklas ging en vanaf toen elke dag over de lange dijkjes naar school moest fietsen. Aan hoe ik toen vaak wilde dat we een dorp verderop zouden wonen, bij de school. Aan dat er op zondag geen bussen over het dorp rijden en ik dan dus de andere kant op over de dijk naar het busstation moet fietsen. Aan de geur van het pas gegierde land. Aan de muggen boven de sloot achter het huis.
Aan het gevoel te stads te zijn voor het leven in dit dorp. Aan het idee van doordeweeks in Utrecht wonen en in het weekend af en toe terug naar de akkers en de slootjes.

Donderdag is de makelaar geweest. Mijn ouders gaan verhuizen. Ik ga deze zomer op kamers. Verhuis maar half mee. Voel me nu een beetje dakloos.
(Foto: Marieke Odekerken www.mariekeodekerken.nl )

vrijdag 17 september 2010

Zien


Het gekke is, dat ik bij jou niet iets wil doen. Ik ben al meer dan tevreden met observeren. Ik voel al een warme blijdschap als ik mag zien hoe je een pluk haar achter je oren strijkt, een mouwtje van je shirt terugvouwt. Volgens mij ben jij de eerste bij wie ik op zo'n moment niet wil dat ik degene ben die die pluk haar achter je oor stopt, puur om je even aan te kunnen raken.

Ik kijk liever naar hoe je kijkt naar de dingen om je heen, naar hoe je je beweegt, naar hoe je jij bent. Ik kijk graag naar de manier waarop je rookt, wist je dat? Ik ken maar weinig mensen die mooi kunnen roken, maar jij bent er één van. Ik vind het fijn om te zien hoe je kettinkje beweegt als je je haren opnieuw vastmaakt. Ik hou van de manier waarop je zit. Eigenlijk hang je meer dan dat je zit. Je hangt onderuit, half op je onderrug. Je armen leunen steunend op de armleuningen van je stoel. Je benen sla je bij je enkels over elkaar. Soms sla je ze bij je knieën over elkaar in plaats van bij je enkels maar uiteindelijk zak je altijd onderuit en kies je voor je enkels. Waarschijnlijk krijg je van het bij je knieën over elkaar slaan, net als ik, last van slapende benen.

Ik vind het leuk om te zien hoe jij met één blik alles kan zeggen en zo de stilte kan behouden. Ik vind het net zo leuk of misschien wel nog leuker om te zien hoe je met één blik de stilte kan veroorzaken. Ik glimlach als ik zie hoe jij je sjaal om slaat. Ik voel een soort geluk als ik zie hoe je, net als ik, je handen samenvouwt en een beetje fronst als je met iemand in gesprek bent. Ik vind het fijn om naar je te kijken. En ik hoef je niet vast te houden. Ik hoef jouw hand niet in de mijne. Ik hoef je haren niet achter je oren te strijken. Ik hoef geen arm om je heen te slaan als je naast me staan, hoef mijn hand niet in je zij te leggen. Ik hoef mijn hand niet op jouw been te laten rusten. Ik hoef niets te doen. Het hoeft niet. Maar als je het wilt. Dan doe ik het graag.


(Foto: Marieke Odekerken www.mariekeodekerken.nl )

zondag 1 augustus 2010

Leeg

We hebben het raampje open gezet voor de kabel.
Nu hebben we een tweeëndertig jaar oude caravan met internet.
Een mug prikt in mijn linkerbeen.
Aan mijn rechterkant voeren mijn moeder en zusje de drie jonge katten.
Bij mijn voeten ligt de hond.
Tegenover mij zit mijn vader met een boek.
Ik moet zachtjes typen om te voorkomen dat mijn thee over het randje van het kopje komt.
Via mijn laptop speelt zachtjes wat muziek.
De katten mauwen er doorheen.
Mijn moeder vraagt waar het koffiezetapparaat staat.
Mijn zusje antwoord.
De hond blaft tegen een vliegtuig.
De caravan is klein.
Vanavond slaap ik in een tent.
Dinsdag ga ik weer naar huis.

Thuis

Rond negen uur ga ik naar beneden.
Het voederen der dieren.
Eerst de vogel.
Dan de vis.
Tenslotte de cavia's.
Ik doe de gordijnen open en ga weer terug naar boven.
Ik hoef niet te wachten tot de badkamer vrij is.
Als ik zou willen zou ik kunnen douchen met de deur open.
Als ik later naar beneden ga ontbijt ik niet.
Ik zet een bak aardbeien naast mijn laptop en doe de achterdeur open.
Frisse lucht, een kop thee en de Volkskrant in de achtertuin.
Dan achter de laptop aan het werk.
Af en toe antwoord ik het fluiten van de vogel.
Verder draai ik mijn muziek.
Rond een uur of drie fiets ik naar de supermarkt.
Ik doe een poging tot het kopen van een eenpersoonsmaaltijd maar slaag niet.
's Avonds kook ik half voor de vriezer, half voor mezelf.
Met een bord op schoot kijk ik het journaal.
Niemand zegt dat ik te laat ben.
Niemand zegt dat het te weinig of te langzaam is.
Niemand zeurt en ik eet mijn bord leeg.
Ik kijk wat ik wil zien.
Tussen twee programma's in bak ik nog wat appeltjes.
Na middernacht verplaats ik mezelf en mijn laptop naar mijn bed.
Als ik wil werk ik door tot diep in de nacht.
Niemand zegt dat ik moet slapen.
Niemand zegt dat mijn muziek zachter moet.
Ik schrijf stukjes waar ik tevreden over ben.
Ik slaap goed en eet gezond.
Ik ben alleen.

vrijdag 25 juni 2010

Vredig

Je zit naast me in de trein.
Buiten is het donker.
Jouw schouder leunt tegen die van mij.
We zijn stil.
Onderweg naar het station is veel gezegd.
Het gesprek is te zwaar voor de coupé.
Ik hoor je ademhalen.
Rustig.
Moe.
Je ogen zijn dicht, je hand rust op je bovenbeen.
Op Utrecht Centraal zeggen we elkaar gedag.
Jij moet een stukje naar het noorden, ik een stukje naar het zuiden.
'Pas goed op jezelf' zeg je zachtjes.
Ik knik.
'Jij ook'

woensdag 19 mei 2010

Kibbeling

'Zeg het maar.'
Ik kijk naar de kraam met vis. Ik ben laat, er is niet veel meer.
'De gerookte makreel met pepertjes alstublieft, doe ze allebei maar.'
De visboer fronst, hij herhaalt mijn bestelling.
'Ja' zeg ik 'En...'
'Een pond kibbeling met saus.'
Ik knik.
'Die ken ik nog van toen ze zo groot was.' zegt hij tegen de vrouw die naast me staat.
Hij heeft zijn hand ongeveer een meter boven de grond.
'Met blonde staartjes en rode laarsjes.'
Ik glimlach. De vrouw naast mij kijkt me aan.
'Van die rode regenlaarsjes, en altijd een pond kibbeling met saus.' zegt de visboer.
'Toen stopte je ook nog bij ons voor de deur.' antwoord ik.
Hij knikt. 'Mooie tijden.'
Ik betaal en pak de tasjes met vis aan.
'Lust je nog een stukje kibbeling voor onderweg?'
Ik glimlach en knik.

dinsdag 4 mei 2010

Regen

Het is mei maar het regent.
Ik zit naast een raam dat niet goed sluit.
Mijn vingers zijn zo koud dat ik nauwelijks kan typen.
Jouw handen zijn altijd warm.
Ik zou willen dat je nu binnenkwam.
Dat ik je natte haren uit je gezicht kon vegen.
Theewater voor je kon opzetten.
Met mijn vingertoppen zou ik de uitgelopen mascara onder je ogen vandaan halen.
Jij zou op de bank kruipen.
Je knieën optrekken.
Het regent zo hard dat zelfs je sokken nat zouden zijn.
Ik zou naast je komen zitten.
We zouden tegen elkaar aankruipen en allebei weer warm worden.
Jij eerder dan ik, ik krijg het niet snel warm.
Ik zou je thee inschenken, jij zou koekjes pakken.
Je wangen zouden rood worden.
Jij vindt dat vreselijk, die rode wangen.
Ik vind het lief.
Ik zou van je houden.
Met je natte haren.
Je ogen zonder make-up.
Je vingers om je theeglas.
Ik zal van je houden.

(Foto: Marieke Odekerken, www.mariekeodekerken.nl )

zondag 11 april 2010

Beer

Hoi
Vandaag kom ik hem brengen
Sorry dat dat zo lang heeft moeten wachten
Ik had moed nodig denk ik
Hij heeft nog geen naam
Je kan hem ook gewoon beer noemen
Ik heb hem gekocht in een kleine speelgoedwinkel in Brugge
Ik wilde niet zomaar een pluche beer uit de Bart Smit voor je meenemen
'Is het een cadeautje?' vroeg de vrouw in de winkel
Ik knikte
'Voor mijn zusje' zei ik
'Maar u hoeft hem niet in te pakken'
De rest van de vakantie zat hij boven in mijn tas
Toen ik terug ging naar het station stak zijn hoofdje er iets bovenuit
Zal vast een grappig gezicht geweest zijn
Ik heb er overgedacht om hem in je kamertje te zetten
Tussen je andere knuffels
Op je bed
Maar ik denk dat je hem hier leuker vind
Omdat hij dan dichterbij is
Als het herfst wordt en het gaat regenen zal ik een huisje voor hem maken
Zodat hij niet nat wordt
Ik kan hem natuurlijk ook mee naar huis nemen
Maar
Hij is denk ik liever hier

(Foto: Marieke Odekerken, www.mariekeodekerken.nl )

donderdag 1 april 2010

Dagje lesgeven


Ik ben al in de klas als de kinderen binnenkomen.
'Gedichten maken kan ik niet hoor, da's hartstikke moeilijk!' zegt Jasper.
Ik glimlach en begin met mijn les.
Even later zit iedereen te werken.
Jasper kiest ervoor om eerst een klasgenootje te helpen voor hij zelf begint.
Als zijn hulp niet meer nodig is begint hij aan zijn eigen gedicht.
Hij zit geconcentreerd en ingespannen te werken.
Het puntje van zijn tong komt een stukje uit zijn mond.
Als hij klaar is vraagt hij of ik zijn tekst wil lezen.
Ik lees.
elke dag zit
ik in de
auto
Naar en trug
van school
gister lag er
een schaap
in het gras
ik zag dat zij
aan het bevallen
was.
'Wauw, er zit zelfs rijm in, heb je dat gezien?' vraag ik.
'Nee, waar dan?' antwoord hij.
Ik laat het zien.
Hij begint te stralen.
'Toch wel leuk he?' zeg ik.
'Ja!' zegt hij.
Hij schrijft met een grote glimlach zijn naam boven het gedicht.

zaterdag 20 maart 2010

Lente droom


Ik loop met de hond over de dijk.
Lachend schop ik tegen de tennisbal.
De lentezon is eindelijk gekomen.
Dapper verwarmt ze mijn blote armen.
Eigenlijk is het nog wat koud, maar ik ren met de hond mee dus het geeft niet.

Ik denk aan hoe het zou zijn als jij hier was.
Aan hoe we zouden praten terwijl ik af en toe een schop tegen de bal zou geven.
Aan hoe je je zou verwonderen over de rust en de landelijkheid.
Aan hoe je zou proberen een pluk haar uit je gezicht te blazen.
Je zou het hier vast fijn vinden.

Ik hoor een plons en stop met dromen.
De hond is in de sloot gesprongen.
Ik haal mijn schouders op en glimlach.
'Dan gaan we zo maar achterom he' zeg ik tegen je.
De hond kijkt me aan en ik besef dat je voorlopig alleen nog in mijn hoofd zit.

maandag 8 maart 2010

Kiezen


Ik zit in de trein naar huis. In mijn tas zitten twee boeken, Red ons Maria Montanelli van Herman Koch en een boek over lesgeven in creatief schrijven. Voorzichtig pak ik het boek over lesgeven in creatief schrijven en hou het even in mijn handen. Ik leg het op mijn schoot en staar naar de kaft. Mijn beeld vertroebelt, ik krijg een brok in mijn keel en voel tranen prikken. Snel stop ik het boek terug in mijn tas. Ik wil niet huilen in de trein.

In de supermarkt kom ik een meisje tegen dat bij mij op de basisschool zat. 'Hoe is het op je studie?' vraagt ze. 'Leuk' antwoord ik. Ik denk aan de boeken en voel hoe ik langzaam rood word. Ik slik. 'Wel ver reizen zeker?' zegt ze. 'Ja, ver reizen.' zeg ik.
Op de fiets terug naar huis voel ik hoe mijn wangen nat worden van warme tranen en koude regendruppels.

zaterdag 30 januari 2010

Rood

Zijn kamertje is nog precies zoals toen.
Soms zet mama de deur open.
Dan moet ik er naar kijken als ik langs loop.
Ik ga er nooit naar binnen.
Op zijn bureau tegen de rode muur liggen mijn stiften.
Die had ie geleend.
Raar trouwens, die rode muur.
Zijn lievelingskleur was blauw.
Van de lucht, het blauw van de lucht.
Ik denk dat mama rood stoerder vond.

(Foto: Marieke Odekerken www.mariekeodekerken.nl)

maandag 18 januari 2010

Maandag ochtend

Julia:
Nee, niet voor Joris.
Alleen voor Lize.
Een met kaas en een met jam.
Koek erbij.
Beker drinken.
En naar school.
Niet voor Joris.
Niet doen.
Ik hoef er maar één te maken.
Eentje, voor Lize.
Geen boterhammen voor Joris meer.
Geen vruchtenhagel.
Lize lust geen vruchtenhagel.
Ik moet het niet meer kopen.

(Foto: Marieke Odekerken www.mariekeodekerken.nl )

dinsdag 12 januari 2010

Bodybalance

Als of het oprekken van je spieren minder pijnlijk is als je het op muziek doet...