zondag 21 november 2010

Koud

Ik draai de kraan van de douche open. De thermostaat heb ik ingesteld op dertig graden maar mijn voeten zijn zo koud dat het toch brandt. Ik kijk naar mijn tenen en zie hoe ze langzaam rood worden. Ik denk aan hoe ik je vanmiddag voor het eerst sinds lange tijd weer sprak. Je vroeg wat ik tegenwoordig deed en ik vertelde over mijn werk. Het was even stil, je keek me aan. 'Je werkt met eten.' zei je. Ik glimlachte. Je glimlachte terug, zonder kracht. Ik schrok van je gebrek aan strijdlust maar deed mijn best om dat niet te laten merken. Je streek je haar achter je oor en ik zag een scheur in de nagel van je linker wijsvinger.

Ik voel het water op mijn rug spatten en denk aan wat er over is gebleven. In mijn hoofd maak ik een lijstje. Altijd willen weten wat er in zit, altijd kleine beetjes, altijd buikpijn, nooit in cijfers willen denken maar dat eigenlijk toch doen, nooit echt kijken, broze nagels, altijd koude handen, altijd koude voeten.

Je keek me aan. 'Gaat het ooit over?' Ik staarde naar mijn handen, onder het randje van mijn rechter duimnagel zat wat zwarte troep. Met een schuifspeldje haalde ik het weg. 'Nee' zei ik terwijl ik het speldje terug in mijn jaszak stopte. Ik durfde je niet goed aan te kijken. Je zuchtte. 'Ik zou zo graag willen dat ik je iets anders kon zeggen' zei ik. Je pakte mijn handen. Je vingers waren nog kouder dan de mijne. 'Het geeft niet' fluisterde je. Ik keek je aan en kneep zachtjes in je handen. In mijn broekzak voelde ik mijn telefoon trillen, ik wist dat ik naar huis moest. Ik liet je handen los en streek een pluk haar uit je gezicht. 'Ik zie je snel' beloofde ik. Je kuste me. Je lippen voelden koud op mijn toch al koude wang.

Ik draai de kraan dicht en stap uit de douche. Met nog druipende haren kijk ik richting de spiegel. Hij is beslagen.
(Foto: Marieke Odekerken www.mariekeodekerken.nl )