zondag 1 augustus 2010

Leeg

We hebben het raampje open gezet voor de kabel.
Nu hebben we een tweeëndertig jaar oude caravan met internet.
Een mug prikt in mijn linkerbeen.
Aan mijn rechterkant voeren mijn moeder en zusje de drie jonge katten.
Bij mijn voeten ligt de hond.
Tegenover mij zit mijn vader met een boek.
Ik moet zachtjes typen om te voorkomen dat mijn thee over het randje van het kopje komt.
Via mijn laptop speelt zachtjes wat muziek.
De katten mauwen er doorheen.
Mijn moeder vraagt waar het koffiezetapparaat staat.
Mijn zusje antwoord.
De hond blaft tegen een vliegtuig.
De caravan is klein.
Vanavond slaap ik in een tent.
Dinsdag ga ik weer naar huis.

Thuis

Rond negen uur ga ik naar beneden.
Het voederen der dieren.
Eerst de vogel.
Dan de vis.
Tenslotte de cavia's.
Ik doe de gordijnen open en ga weer terug naar boven.
Ik hoef niet te wachten tot de badkamer vrij is.
Als ik zou willen zou ik kunnen douchen met de deur open.
Als ik later naar beneden ga ontbijt ik niet.
Ik zet een bak aardbeien naast mijn laptop en doe de achterdeur open.
Frisse lucht, een kop thee en de Volkskrant in de achtertuin.
Dan achter de laptop aan het werk.
Af en toe antwoord ik het fluiten van de vogel.
Verder draai ik mijn muziek.
Rond een uur of drie fiets ik naar de supermarkt.
Ik doe een poging tot het kopen van een eenpersoonsmaaltijd maar slaag niet.
's Avonds kook ik half voor de vriezer, half voor mezelf.
Met een bord op schoot kijk ik het journaal.
Niemand zegt dat ik te laat ben.
Niemand zegt dat het te weinig of te langzaam is.
Niemand zeurt en ik eet mijn bord leeg.
Ik kijk wat ik wil zien.
Tussen twee programma's in bak ik nog wat appeltjes.
Na middernacht verplaats ik mezelf en mijn laptop naar mijn bed.
Als ik wil werk ik door tot diep in de nacht.
Niemand zegt dat ik moet slapen.
Niemand zegt dat mijn muziek zachter moet.
Ik schrijf stukjes waar ik tevreden over ben.
Ik slaap goed en eet gezond.
Ik ben alleen.