Juist in de ruimte zonder ziel schreeuwt je ziel keihard. Het is er te koud. Anders was het een goede plek voor een confrontatie. Of om gek te worden. Als dat niet hetzelfde is.
Voor ik hier was was ik bij een woonwagen zonder dak. Ik zat in de tuin en vroeg mij af wie er zou wonen. Een al dan niet verstrooide professor was te makkelijk. Een kunstenaar ook. Het leek mij spannender als er een topmodel zou wonen. Ik stelde me voor hoe ze haar hakken op het hoogste punt, vlak voor de steile daling, uit zou moeten trekken. Of ze zou sterke enkels moeten hebben, dan kon ze ze gewoon aanhouden.
Er was een stadspark binneshuis. Met lucht en planten die ik vaag herkende uit de tuin van Oma D. Ik zocht naar namen maar vond ruis. Een stilte die mijn hoofd deed suizen.
Davinci’s metropolis. Schetsen op bruin papier met zwarte pen. De toekomst waarin wij ons staande houden. Of dat hard proberen.
Heimwee naar thuis zodra je thuis herkent. Eerder bestaat het niet. Eerder is alles vaag. Steden branden, vliegtuigen crashen en meisjes verdrinken. Ik weet het niet meer. De kou blijft blij je tot de hoofdingang. Ik probeer mij te herinneren.
Juist in de ruimte zonder ziel schreeuwt je ziel keihard. Het is een goede plek voor confrontatie. Of om gek te worden.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten