woensdag 4 mei 2011

Herdenken

Als je nu dood zou gaan,
Aan ziekte,
Of aan oud.
Dan zou ik zorgen dat ik er zou staan.
Een slok water zou nemen, zou slikken, en praten over wie je was.
Ik zou een kaarsje voor je branden,
En een sieraad van je dragen.
Ik zou een foto op een plankje in mijn kamer zetten.
Ik zou vertellen: 'Dat was jij'
En af en toe, op een momentje van gebroken, zou ik tranen om je laten.
Ik zou niet naar een begraafplaats gaan.
Of een urn in mijn huis zetten.
Ik zou af en toe het sieraad omklemmen en je naam fluisteren.
Ik zou aan je kunnen denken,
Waar ik wil, wanneer ik wil, wat ik wil.

Als je nu dood zou gaan,
Omdat iemand je kwam halen,
En je zou meenemen, naar een plek, ik weet niet waar.
Dan zou ik niet weten waar ik zou moeten staan.
Ik zou vele slokken water nemen, slikken, en misschien kunnen fluisteren over wie je was.
Ik zou een kaars branden en dat stiekem voor jou doen.
Onder mijn kleding zou ik een sieraad van je dragen, als er sieraden gebleven zijn.
Als ik een foto van je zou vinden zou ik die verstoppen.
Ik zou denken: 'Dat was jij'
En als ik het dan kan, dan zou ik tranen om je laten.
Ik zou niet naar een begraafplaats kunnen gaan.
Of een urn in mijn huis kunnen zetten.
Ik zou af en toe stiekem het sieraad omklemmen en jouw naam denken.
Ik zou aan je kunnen denken,
Waar ik mag, wanneer ik mag, wat ik mag.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten