We hebben het raampje open gezet voor de kabel.Nu hebben we een tweeëndertig jaar oude caravan met internet.
Een mug prikt in mijn linkerbeen.
Aan mijn rechterkant voeren mijn moeder en zusje de drie jonge katten.
Bij mijn voeten ligt de hond.
Tegenover mij zit mijn vader met een boek.
Ik moet zachtjes typen om te voorkomen dat mijn thee over het randje van het kopje komt.
Via mijn laptop speelt zachtjes wat muziek.
De katten mauwen er doorheen.
Mijn moeder vraagt waar het koffiezetapparaat staat.
Mijn zusje antwoord.
De hond blaft tegen een vliegtuig.
De caravan is klein.
Vanavond slaap ik in een tent.
Dinsdag ga ik weer naar huis.