'Zeg het maar.'
Ik kijk naar de kraam met vis. Ik ben laat, er is niet veel meer.
'De gerookte makreel met pepertjes alstublieft, doe ze allebei maar.'
De visboer fronst, hij herhaalt mijn bestelling.
'Ja' zeg ik 'En...'
'Een pond kibbeling met saus.'
Ik knik.
'Die ken ik nog van toen ze zo groot was.' zegt hij tegen de vrouw die naast me staat.
Hij heeft zijn hand ongeveer een meter boven de grond.
'Met blonde staartjes en rode laarsjes.'
Ik glimlach. De vrouw naast mij kijkt me aan.
'Van die rode regenlaarsjes, en altijd een pond kibbeling met saus.' zegt de visboer.
'Toen stopte je ook nog bij ons voor de deur.' antwoord ik.
Hij knikt. 'Mooie tijden.'
Ik betaal en pak de tasjes met vis aan.
'Lust je nog een stukje kibbeling voor onderweg?'
Ik glimlach en knik.
woensdag 19 mei 2010
dinsdag 4 mei 2010
Regen
Het is mei maar het regent.Ik zit naast een raam dat niet goed sluit.
Mijn vingers zijn zo koud dat ik nauwelijks kan typen.
Jouw handen zijn altijd warm.
Ik zou willen dat je nu binnenkwam.
Dat ik je natte haren uit je gezicht kon vegen.
Theewater voor je kon opzetten.
Met mijn vingertoppen zou ik de uitgelopen mascara onder je ogen vandaan halen.
Jij zou op de bank kruipen.
Je knieƫn optrekken.
Het regent zo hard dat zelfs je sokken nat zouden zijn.
Ik zou naast je komen zitten.
We zouden tegen elkaar aankruipen en allebei weer warm worden.
Jij eerder dan ik, ik krijg het niet snel warm.
Ik zou je thee inschenken, jij zou koekjes pakken.
Je wangen zouden rood worden.
Jij vindt dat vreselijk, die rode wangen.
Ik vind het lief.
Ik zou van je houden.
Met je natte haren.
Je ogen zonder make-up.
Je vingers om je theeglas.
Ik zal van je houden.
(Foto: Marieke Odekerken, www.mariekeodekerken.nl )
Abonneren op:
Posts (Atom)