donderdag 24 september 2009

Wedstrijd

Een wielrennende fietser
probeert mijn trein in te halen.

Tevergeefs

donderdag 17 september 2009

Monoloog naar interview

Het leven is net als voetbal. Dat klinkt misschien wat raar uit mijn mond. Men verwacht van een vrouw niet dat ze het leven met voetbal vergelijkt. Zeker niet van een vrouw zoals ik. Toch is het zo, het leven is net als voetbal. Momenten van grote glorie, momenten van slecht spel. Ik ken ze allebei, momenten van grote glorie. Groot glorieus geluk. Musiceren met vrienden, een strijkkwartet. Rust vinden achter mijn vleugel. Of schrijven, schrijven en dan merken dat het lukt, dat het aanslaat, dat het werkt. Ik heb nooit schrijfster willen worden, dat is zo gegroeid. Tegenwoordig ben ik niet meer zenuwachtig voor een avond voorlezen, dat is ook zo gegroeid. Net als voetbal, flink oefenen. Hoe harder je traint, hoe meer je oefent, hoe vaker de momenten van grote glorie.
Ik ken ze allebei, ook de momenten van slecht spel. De momenten dat het allemaal alleen maar slecht spel is. Overtredingen van regels, te hard, te extreem, te heftig, te gevaarlijk. Slecht spel, soms is het slechts slecht spel.
Maar goed, daar kun je dan natuurlijk wel weer over schrijven. En dan komen er toch nog momenten van grote glorie.
Als je er over kunt schrijven natuurlijk.
Als het slechte spel geen te slecht spel is.
Dan zou het grote glorie kunnen worden.

Donderdag middag

Ik zit op een koude traptrede van een trap voor een standbeeld in het centrum van Utrecht. Ik heb een zakje paprika chips in mijn hand en staar voor mij uit. Op eens hoor ik iemand zingen. Een la-la-la, meer niet. Ik kijk in de richting van het geluid, naar links, en zie een kind in een fietszitje achter op de fiets van een vrouw. Ze zit met een glimlach van oor tot oor hard la-la-la te zingen. De vrouw nadert een fietsenrek aan de linkerkant van het pleintje waar het standbeeld op staat en remt af. Ze stapt van haar fiets af en buigt zich naar het meisje. Het meisje blijft la-la-la zingen terwijl de vrouw haar onder haar armen pakt en uit het fietszitje tilt. De vrouw zet het meisje op straat en zet haar fiets in de standaard terwijl het meisje nog lachend la-la-la blijft zingen en mijn kant op komt lopen. Ik ruik mijn paprika chips, kijk naar het zakje in mijn hand en zie mijn inmiddels oranje vingertoppen. Ik kijk weer naar het zingende meisje en zie dat haar shirtje dezelfde kleur oranje heeft. Ik glimlach en sta op om verder de stad in te lopen.

Monoloog voor de koningin

Mijn bril... Het moet dit jaar met bril.
Amalia, heb jij oma's bril gezien? Zonder bril kunnen wij het niet meer, lezen wij straks een hele verkeerde zin.
Soms zou het wel fijn zijn als het niet meer hoefde. Onthoud dat Amalia, koningin zijn is niet alles. Maar het is ook wel leuk hoor, het is echt wel leuk. Ik vind het nog wel leuk. Echt.
De mensen vragen waarom ik het niet gewoon overgeef. Ze zeggen dat jouw vader de enige Nederlander is die pas op pensioen gerechtigde leeftijd aan het werk gaat. Alsof ik, wij, het hem niet gunnen. Het zou wel fijn zijn hoor, de kans op een aanslag wordt dan een stuk kleiner. Je hoeft niet meer achter dingen te staan waar je niet achter staat...
Maar ze maken ook geen Koefnoen meer over je. Kleine meisjes zoals jij willen niet langer meer op mij lijken want ze kennen mij niet meer...

Mijn bril... Nee, Onze bril, waar is onze bril...